Postbezorger Ahmed Abdillahi over de sloop van zijn buurt: ‘Dit is het verhaal van heel Nederland’

  • wo 17 nov 2021
  • Pablo Cantatore
  • Wonen

De Tweebosbuurt in Rotterdam wordt gesloopt. Postbezorger Ahmed Abdillahi ziet zijn voormalige wijk tegen de vlakte gaan en kan geen andere conclusie trekken dan dat de sloop symbool staat voor grotere, landelijke problemen.

Tekst Ahmed Abdillahi en Koen Bruning

Beeld Tammo Schuringa

 

 

Het verhaal van Ahmed is ook te beluisteren dankzij Blendle.

 

Mijn naam is Ahmed Abdillahi. Ik woonde sinds 2014 in de Rotterdamse Tweebosbuurt en recent ben ik verhuisd. Mijn oude huis staat er binnenkort niet meer.

Als ik opsta, om vijf uur, is het donker. Ik eet nog iets. Snel. Koffie. Sleutels pakken.

Ik doe de deur open en loop van de houten trappen naar beneden en dan naar buiten. Als ik buiten sta en het is stil, vooral in de winter, dan ervaar ik rust.

Als het donker is zie ik niet hoe mijn straat is veranderd. Ik zie de sloop niet. Opeens staat er rechts van mij geen hek dat mijn blok scheidt van de sloop die langzaam naar mij en anderen toe kruipt. Als ik op mijn fiets stap, zijn de dichtgetimmerde deuren en ramen minder zichtbaar. Even beeld ik me in dat de rafelige vlakte van de sloop een open plein is waar buurtbewoners elkaar kunnen ontmoeten.

Dan fiets ik verder richting het sorteercentrum waar ik elke dag de post ophaal. Vanuit de hele regio komen mensen hier werken. Krimpenerwaard, Hellevoetsluis, Hoeksche Waard, Delft, Zoetermeer, ga zo maar door.

Ik ben hiernaartoe geëmigreerd in de tijd dat zij nog bestond, de oorspronkelijke arbeiderscoalitie uit de jaren zestig, nu denk ik vaak: hier werken ze. Veelal witte mannen en vrouwen die voor dag en dauw beginnen met zwoegen. Met waardigheid en aandacht voor de post, hun vak, in hoeverre dat ons nog wordt gegund tegenwoordig.

Tijd voor gesprekken zijn er echter wel. Vooral in de pauze. Ik merk dan meteen dat ik veel uit te leggen heb. ‘Ik woon in Rotterdam-Zuid ja,’ zeg ik.

‘Bijstand’, ‘buitenlanders’, ‘luiwammesen’, galmt het vaak terug. En ik spreek, lief. We mogen elkaar graag, allemaal.

Ik zeg: ‘Jullie zijn blijven hangen in de tijd. De multiculturele samenleving is een feit. We hebben Nederlands-Marokkaanse advocaten in de wijk. Een Nederlands-Turkse huisarts en tandarts. Mensen wonen bij mij in de Tweebosbuurt door elkaar heen. Ze willen werken. Ze willen via elke weg mogelijk een bijdrage leveren aan hun omgeving.’

Het klopt wel, vervolg ik tegen hen, dat mensen in mijn buurt gemiddeld minder assertief zijn. We hebben minder toegang tot Den Haag en de politiek. We zijn bureaucratisch minder geletterd, kunnen minder voor onszelf opkomen. Het is een van de redenen dat Rotterdam-Zuid, waar 35 procent van alle inwoners van de stad woont, maar 10 procent van alle subsidies ontving vanuit de gemeente.

‘Maar jullie zitten met dezelfde uitdagingen,’ zeg ik dan. We moeten toch samen stemmen op de partijen die dit willen verbeteren.

‘PVV, Forum, ik stem niet, landverraders,’ hoor ik dan.

tussen twee nederlanden

Om 3 uur kom ik thuis. De post is bezorgd en het is licht. Ik zie de sloop plots weer. Eerst van een afstand, en dan komt het steeds dichterbij, terwijl ik mij door een straat beweeg, met aan de ene kant sociale woningbouw die gesloopt wordt, en aan de andere kant gerenoveerde, duurdere en daarmee belangrijkere huizen – huizen met bestaansrecht, volgens de bestuurders van Nederland. Terwijl ik mij door een precieze symbolisering van de bestaande tweedelingen in Nederland voortbeweeg, tussen burger en overheid, cijfers en mensen, praktisch en theoretisch opgeleid, welzijn en welvaart, rijk en arm, toekomstgericht en ‘nostalgisch’, manager en professional op de werkvloer, kom ik dichterbij de sloop. Terwijl ik mij tussen twee Nederlanden beweeg, kom ik dichterbij.

Vlak voordat ik er, theoretisch dwars door de stalen hekken heen, in kan rijden, de sloop, neem ik een flauwe bocht naar rechts. Een scherpe afslag naar links. Ik fiets langs de dichtgetimmerde ramen en deuren, langs het hek en ik doe mijn deur open.

Sommige processen, van lagere lonen tot groeiende ongelijkheid tot gesloopte buurten, zijn niet vanzelfsprekend. Er zitten keuzes achter.

Ik ben weer thuis, drink wat water. Zet een kop koffie, pak een boek uit de kast en ga rustig zitten lezen. Het galmt. Het flitst. Elke keer weer. Terwijl ik de sloop langzaam door mijn woonkamer hoor suizen, vraag ik me af: het galmen van de bijstandstirades, de flitsende steek die ik voel bij het woord buitenlander, het lage loon dat ik met hen krijg, de flexibele uren, zonder dat ik met hen op dezelfde partijen stem, de sloop buiten die mijn wijk opkalefatert, hebben die niet iets met elkaar te maken? En de brief die ik van Vestia kreeg – ík kan hem gelukkig lezen – met daarin de langzaam en voorzichtig geformuleerde vraag wanneer ik een eindje optief (de rest is al weg, namelijk, dus hup) en het woordje ‘diplomademocratie’, hebben die ermee te maken? Heeft de nadruk op cijfers in onze samenleving, op de WOZ-waarde van de huizen in de straat waar ik net doorheen fietste, te maken met onze vervreemding op het werk? Onze vervreemding met de politiek?

Ik denk van wel. Het komt door een gebrek aan sociale infrastructuur.

sluipend besef

Het verhaal van de Tweebosbuurt is sinds kort bij velen bekend: sociale huurwoningen moeten plaatsmaken voor nieuwbouw. Vele bewoners, vooral met een laag inkomen, worden verdreven. Rijke mensen gaan erin. Gentrificatie, noemen ze het.

Wat belangrijk is om te beseffen is dat het verhaal van de Tweebosbuurt er uiteindelijk een van Nederland is. Het is een verhaal van een in de afgelopen veertig jaar steeds verder afgebroken verzorgingsstaat. Van een overheid die met al haar instrumenten steeds meer macht over burgers en de publieke ruimte heeft gekregen. Van politieke partijen die steeds verder van de burger af zijn komen te staan: minder open en bloot in de straat, meer gesloten in Den Haag. Van een maatschappelijk middenveld dat geen middenveld meer is, geen schakel meer tussen bewoners als in onze buurt, en de politiek, maar een schakel tussen goed georganiseerde, vaak hoogopgeleide mensen die meer bewerkstelligd krijgen in Den Haag, terwijl wij worden vergeten.

De Tweebosbuurt is een verhaal van media die vaker berichten over de Randstad dan de regio, vaker over culturele- en middenklasse-issues dan over buurten als de onze. Behalve wanneer het al te laat is. Ze waren er allemaal pas wanneer het te laat was. Ik schrijf dit terwijl het voor ons als buurt, vol met onzichtbare verbindingen en netwerken tussen mensen, te laat is.

Maar het is niet te laat voor ons als land, dat merk ik aan alles. Aan de woonprotesten. Aan de verbetenheid van mensen uit mijn buurt die zich tot op het laatste moment hebben verzet. Ik merk het aan een sluipend besef dat groeit, vooral sinds de coronacrisis. Sommige processen, van lagere lonen tot groeiende ongelijkheid tot gesloopte buurten, zijn niet vanzelfsprekend. Er zitten keuzes achter. Politiek draait om deze keuzes. Politiek is geen spel, maar heeft effect op mensen van vlees en bloed, zo zei de Franse Schrijver Édouard Louis in september bij Buitenhof.

MACHTIGE structuren

Het verhaal van de Tweebosbuurt staat symbool hiervoor. Het zou een inspiratie moeten zijn voor de wederopbouw van de sociale infrastructuur in ons land: buurthuizen, jongerencentra, sociale-en publieke voorzieningen, gratis openbaar vervoer, betaalbare huisvesting, waarin mensen samen de tijd en mentale ruimte krijgen een gemeenschap op te bouwen en niet continu bezig zijn te overleven. Een wederopbouw van ‘derde plekken’: plekken waar Nederlanders uit verschillende sociale lagen heen elkaar ontmoeten. Waar gedeelde verhalen ontstaan. Waar mensen met verschillende identiteiten elkaar treffen, elkaar beter leren begrijpen. Waar, wijk voor wijk, stad voor stad, ook een gedeeld land ontstaat, met een gedeelde politiek, een gedeelde media, en een gedeeld maatschappelijk middenveld. Een samenleving voor iedereen.

Ik doe de deur naar buiten open en snuif en het is donker en ik waan mezelf weer in de Tweebosbuurt, maar dan over acht jaar.

Sociale infrastructuur is van levensbelang. Want stel, vraag ik mij af, wanneer ik weer richting het sorteercentrum fiets: wat als de bestuurder van Vestia in deze wijk had gewoond? Wat als het raadslid, zoals vroeger, ook in de sociale huur had kunnen wonen, naast mij? Wat als de journalist hier had gewoond? De politicus? Wat als al deze mensen in buurten zoals de Tweebosbuurt hadden gewoond? Was het nu dan nog steeds te laat geweest? Of hadden ze dan wel naar ons geluisterd? Was er dan wel meer in onze buurt en haar voorzieningen geïnvesteerd? In haar mensen?

Ik vraag het mij hardop af.

Meld je aan en ontvang de beste verhalen van Vrij Nederland in je mailbox.

Oeps! Voer een geldig e-mailadres in.

Dit veld is verplicht

Als het donker is, hoef ik er niet meer aan te denken. Dit keer in een nieuwe buurt in Rotterdam, in een nieuw huis, een nieuw appartementenblok, daar loop ik via de witte trappen naar beneden. Ik doe de deur naar buiten open en snuif en het is donker en ik waan mezelf weer in de Tweebosbuurt, maar dan over acht jaar. Het is donker maar om mij heen beeld ik mij een bruisend en gemengde en niet opgekalefaterde wijk in. Ik stel mij voor dat hier mensen tegen een redelijke huur in de stad en gemeenschap van hun dromen kunnen blijven wonen. Dat ze in de ochtend ‘hallo’ zeggen tegen de politicus en zijn kinderen. Een praatje maken met de journalist op het schoolplein of in het buurthuis. Dat ze rond kunnen komen en mogelijkheden hebben om zich erkend te voelen in dit land. Of dit gaat lukken, dat weet ik niet.

Ik heb met eigen ogen gezien hoe machtige structuren ontstaan, ik ben mij bewust dat ze daarna maar moeilijk te veranderen zijn. Gezien hoe politici en bestuurders telkens erkennen dat dingen anders moeten, maar mensen aan de onderkant van de samenleving niets zien veranderen. Hoe inspraak wordt beloofd, maar voldongen feiten en van bovenaf opgelegde plannen ons worden gepresenteerd.

Het woningaanbod in onze buurt moest volgens de gemeente ‘in balans’ komen, galmt het door mijn hoofd.

Voor nu fiets ik door en blijf ik dromen.

Het verhaal van Ahmed Abdillahi is opgetekend door De Onderstroom-redacteur Koen Bruning.

 

 

 

 

  • 9 min
0
Scroll to top